Net terug van onze actie. We konden feest vieren want het was niet de laatste bus die uitreed na 23 u. Er komt een alternatief voor de voorgestelde schrapping. Alleen is het nog afwachten hoe die oplossing er uit zal zien. Geruchten spreken van sponsering door een brouwer.
Allereerst, op deze Rerum Novarum, aan alle vrijwilligers die elke dag onder de vlag van een of andere ACW-vereniging onbaatzuchtig het beste van zichzelf geven voor hun medemensen: bedankt. Zoals de christelijke wortels, ook voor wie niet gelooft, een fundament vormen voor onze maatschappij van waarden en normen, zijn ons sociaal systeem en voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg,...) voor een groot stuk te danken aan de beweging die hieruit voortsproot. We moeten erkennen dat de christelijke arbeidersbeweging onze beschaving positief getekend heeft.
Het doet dan ook pijn te moeten vaststellen de top van deze beweging sterk vervreemd geraakt is van de basis. Daar waar "onbaatzuchtig engagement" het leitmotiv is voor de basis, werd de top steeds meer gekenmerkt door een vorm van graaicultuur. Katrien Partyka probeert in een open brief (DS 14-5-2012) te verdedigen dat de uit het casinokapitalisme afkomstige middelen werden ingezet voor sociale doelen.
Dat kan best zijn, maar staat in schril contrast met de vele pogingen om de eigen verantwoordelijkheid jegens onze maatschappij en haar belastingbetalers die voor het Dexia-drama opdraaien te ontlopen. Men beseft dat ook nog niet. Men vindt het maar normaal dat wanneer de overheid 4 miljard euro op tafel legt om Belfius uit het Dexia-hefboomfonds te redden, het ACW nog altijd recht heeft op een deel van de winst, als die ooit gemaakt zou worden. Patrick Develtere verdedigt dat door te stellen dat hij met het ACW via die winstbewijzen zou willen "indalen" in de bank, om toe te zien dat Belfius een ethische bank wordt. Men laat de belastingbetaler opdraaien voor de kosten, gaat lopen met een stuk van de winsten, en wil dan nog eens met het opgestoken vingertje een moraal gaan prediken die ACW/ARCO zelf ontbeerde aan het roer van Dexia. Schaamteloos. De commentaar van Steven Vanackere dat de arbeidersbeweging zich in de toekomst beter niet meer bezighoudt met de financiële sector, maar vooral zijn waarschuwing voor "een rechts Vlaanderen na de staatshervorming" is in deze dan ook bijzonder misplaatst. Met een door aanhoudende graaicultuur en onverantwoordelijkheid gekenmerkte ACW-top als vrienden heeft de arbeidersbeweging geen vijanden meer nodig.
Neen, ik denk niet dat we nood hebben aan dergelijke uitleg. We hoeven niet uitgelegd te krijgen hoe het ACW een "ethische bank" zou besturen, of aan welke goede doelen de casinowinsten uit Dexia besteed werden. Waar we wel nood aan hebben, is een mea culpa.
Een mea culpa aan de belastingbetaler die mag opdraaien voor de gevolgen van het mede door de ACW-top gevoerde beleid bij Dexia. Een mea culpa voor de beslissing om de "financial products" portefeuille niet te verkopen en zo de doodsteek te geven aan Dexia en de huidige en komende generatie met een schuld van jewelste op te zadelen.
Een mea culpa aan de vele lidverenigingen en spaarders voor het misleiden, voor het wijsmaken dat een ARCO-aandeel een veilig spaarproduct is. Een mea culpa voor de aanzet om de hieruit voortvloeiende opbrengsten (dividenden) om te zetten in nieuwe aandelen van de coöperatieve Arco die zelf door overvloedige afhankelijkheid van de financiële sector een waar risicoproduct werd.
Een mea culpa aan de coöperanten, om hen wijs te maken dat zij in elk geval konden rekenen op het beschermingsfonds van de overheid, ook al was dit nog lang niet afgetoetst met Europa en werd er nooit een bijdrage betaald tot op de ontbinding.
Een mea culpa aan de coöperanten, om hen bij monde van ACW-boegbeeld Jean-Luc Dehaene wijs te maken dat de bank zeker niet zou gesplitst worden, dat ze zeker niet moesten uittreden uit de coöperatieve, terwijl direct na het verlopen van de deadline voor uittreding bekendgemaakt werd dat de groep alsnog gesplitst wordt en men daar al meer dan twee weken aan aan het werken is.
Een mea culpa voor het jarenlange teren op de winsten uit Dexia die men verkreeg voor het aanbrengen van deze brave spaarders en coöperanten, en voor het doorschuiven van de factuur voor schadeloosstelling van diezelfde coöperanten aan de belastingbetaler. Teren op de winsten, maar niet willen opdraaien voor de verliezen, men zou het niet verwachten van een sociale organisatie.
Een echt, gemeend mea culpa, is de enige manier om nu donderdag de vele militanten en vrijwilligers, maar ook de gehele bevolking, nog recht in de ogen te kunnen kijken vanop het spreekgestoelte. Zoniet zal de hele organisatie, met haar duizenden positief geëngageerde vrijwilligers, voor altijd de smet meedragen van de doofpot waarmee haar leiders hun fouten en graaicultuur trachtten toe te dekken. Dat verdienen deze mensen niet. Zij verdienen op deze dag, hun feestdag, enkel grenzenloos respect en een dankjewel voor hun inzet. Het weze hen gegund.

I quite like the design of this FFFFFFF!!! fan by Iván Colominas/Marco Fossati.
Straks voeren we actie op de laatste bus. Vanaf morgen treden de besparingen bij De Lijn in werking voor Gent. Dat betekent in de week na 23u geen bussen meer. Ook de nachtbussen in het weekend worden gesprapt. Op een aantal lijnen daalt de frequentie. Neem nu lijn 1, de drukste tramlijn van Vlaanderen, de frequentie wordt verminderd op zaterdag.
(c) Sander Van der Maelen (noreply@blogger.com) at May 16, 2012 01:00 PM

Wonderful 2011 typeface review with some real gems in there.

Mac OS X Lion with CSS3. Experiment to test the potential & limitations of CSS3.

Angela Davis, militante noire, communiste et féministe, recherchée autrefois comme terroriste, reçoit aujourd'hui les insignes de Docteur Honoris Causa de l'Université libre de Bruxelles. Un paradoxe qu'Anne Morelli, historienne remet en perspective.
Le doctorat Honoris Causa est un titre honorifique qu’accorde l'université à des personnalités qu’elle estime devoir être distinguées pour leur rôle politique ou social exceptionnel. Au contraire du même titre accordé par les facultés à d’éminents collègues dont elles veulent relever les mérites scientifiques, il s’agit donc d’un choix lié le plus souvent à l’air politique du temps.
Des choix dictés par le moment
Ainsi, juste après la Libération et la réouverture de l’ULB, les insignes de Docteur Honoris Causa de l’ULB furent accordés à …Staline ! Il est vrai que le titre lui était décerné en tant que vainqueur du nazisme - en même temps qu’aux autres dirigeants alliés – un mérite qu’on ne peut, quoiqu’on pense de Staline, lui refuser.
Il suffit parfois de peu de temps pour qu’un choix – parfois hâtif et inspiré par l’actualité immédiate- semble déjà regrettable. A la fin de la guerre froide il sembla de bon ton à l’ULB de désigner comme Docteur Honoris Causa une Roumaine qui s’appelait Doina Cornea. Elle semblait alors incarner l’opposition à Ceaucescu, présentée comme l’incarnation même du Mal, après avoir été l’incarnation du détachement souhaitable par rapport à Moscou et avoir eu les honneurs de tous les dirigeants occidentaux, y compris du Roi Baudouin. Mais il s’avéra que la dame en question était par ailleurs extrêmement réactionnaire dans les questions éthiques, qu’elle militait pour supprimer le droit à l’avortement en vigueur en Roumanie et que son parti paysan avait plus qu’un relent antisémite !
Ingrid Bétancourt, quant à elle, était terriblement à la mode lorsque l’ULB en fit une Docteur Honoris Causa. Elle était pourtant bien éloignée des idéaux de l’ULB, elle qui réserva au Pape l’une de ses premières visites après sa libération en 2008 et attribua celle-ci aux prières intenses (plus intenses que celles de ses compagnons ?) qu’elle avait multipliées pendant sa détention. Mais au moment de son doctorat Honoris Causa cet aspect de sa personnalité n’était pas encore connu.
Une militante progressiste
Cette année, en choisissant Angela Davis comme Docteur Honoris Causa (en même temps notamment que le réalisateur Costa-Gavras), les autorités de l’ULB font preuve de prudence car il s’agit de couronner le cours d’une vie (comme naguère pour Simone Weil ou la féministe égyptienne Nawal El Saadawi) plutôt qu’une personne arrivée accidentellement sur la scène de l’actualité et dont la personnalité est mal connue et l’évolution ultérieure imprévisible.
Angela Davis approche des septante ans et – sauf coup de théâtre –sa vie entière est marquée constamment des mêmes idéaux.
Elle a été une combattante féministe, communiste, luttant ardemment pour les droits des afro-américains.
Mais cet engagement, avant qu’elle ne soit une (presque !) paisible prof de philo dans une université américaine, n’a pas été un long fleuve tranquille.
Elle a fait irruption dans la vie de nombreux militants de gauche européens au début des années septante. Proche des panthères noires qui ont organisé un kidnapping, elle est recherchée, en cavale, puis emprisonnée et l’objet d’un procès avec des chefs d’accusation extrêmement graves : complicité d’enlèvement, d’assassinat, kidnapping, membre d’une organisation terroriste…La belle panthère noire est alors l’objet d’une vigoureuse campagne internationale de solidarité au sein de laquelle la Belgique ne démérite pas : affiches, " pins ", articles, meetings. Celui organisé par la JCB (Jeunesse communiste de Belgique) draine à la salle de la Madeleine de Bruxelles deux mille sympathisants. En Grande-Bretagne, tant les Rolling Stones que John Lennon composent pour elle des chansons de sympathie. Le procès se termine par son acquittement et Angela Davis se présentera deux fois comme candidate à la vice-présidence américaine.
Son itinéraire pose avec vigueur des questions sur le caractère interchangeable de la qualité de monstre ou de héros.
Angela Davis était recherchée dans tous les États-Unis mais des milliers de Noirs avaient apposé sur leur fenêtre une invitation à Angela en cavale à venir s’y réfugier : " Angela, my home is your home "[1] Elle était considérée par la justice américaine comme une dangereuse "terroriste" mais des milliers de jeunes à travers le monde imprimaient son image sur des affiches, des vêtements et défilaient pour exiger sa libération.
De même Nelson Mandela était à la tête de la – violente - ANC avant de donner son nom à des écoles maternelles même dans notre pays, et Yasser Arafat a connu alternativement le rôle de " chef du terrorisme " et de prix Nobel de la Paix. Nos héros de la Résistance n’étaient-ils pas arrêtés par les Allemands en tant que " terroristes " ?
Ainsi devons-nous nous demander si certains " terroristes " d’aujourd’hui ne recevront pas un jour à leur tour le titre de Docteurs Honoris Causa, à l’ULB ou ailleurs…
(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 16, 2012 05:26 AM
Met de recentste actie van Fietsersbond Gent werd gewezen op de gevaarlijke toestand aan het kruispunt Sint-Lievenspoort.
De Lijn (of de aannemer voor de tunnelwerken ?) vond vermoedelijk dat het daar nog te veilig was en dat er nog geen werven genoeg zijn met de werken aan de tunnel, dus werd het fietspad Hubert Frère-Orbanlaan kundig versperd.
Een balk waar het einde van ontbreekt, dat wordt meestal zo opgelost:

Er worden staven ingedreven, en dan een bekisting op het einde gezet, en in die bekisting wordt iets epoxy-achtigs gegoten. Dat wordt zo hard als zeer harde steen, en in combinatie met die staven maakt dat een balk die steviger is dan wat er vroeger zat.
We hebben dat vorige keer zo gedaan, met alle andere uiteinden van balken die kapot waren, maar toen hadden we buren die net ook aan het verbouwen waren en konden we dus via hun muren aan het einde van de balk. Wat nu niet kan, en dus moet er een andere oplossing gevonden worden.
Nu, er zijn geen twintig manieren om hetzelfde te doen — ‘t zal waarschijnlijk iets dergelijks worden:

Schuin erin, en dan de gaten (gaatjes) die overblijven proper opvullen. Haja.
Vandaag is er in de slaapkamer van de jongens een opening gemaakt rond die kappoot (en zijn er voor alle zekerheid een paar plafond-ophoud-stations geplaatst). Het was zo:
En nu is het zo, snif:
Het was natuurlijk wel nodig, dat gat, om te kunnen zien wat er precies aan de hand is met die balk van het dak.
En haja, ‘t is inderdaad niet zo goed:
Leutig is anders, maar bon. Er kan waarschijnlijk een oplossing voor gevonden worden.
En dan gaat het snel gaan, denk ik: morgen gaan de mannen in het achterhuis de omkasting van de trap verder afwerken, en gaan ze onze living weer wat op poten zetten.
Maandag wordt er in de living gepleisterd, van de nok tot aan de muur.
En volgende dinsdagochtend komt de verbouwmens langs met de smid, en zullen ze samen met de architect kijken wat voor schoen er onder de kapotte kappoot gezet zal worden.
En als dat gedaan is, zitten de werken wat vast tot de, ahem, “aanpassingen” aan de moerbalk zijn gedaan. Dan kunnen ze beginnen met het verlaagd plafond en de lichtbakken in de living.
Ondertussen is het bureau beneden trouwens ook zo ongeveer klaar: plafond is klaar, lichten werken, alleen nog de kasten, denk ik. En plafond schilderen. En hebben we weer een thermostaat in het huis, en zijn er allemaal gaten gemaakt voor lichtschakelaars in de living:
Die spiegel die dar staat, trouwens, die gaat in deze nis komen:
En zo gaat het toch stukje bij beetje vooruit, nietwaar?
For this new PS 2012 collection Ikea asked its designers to search for inspiration in more than 60 years of Ikea design history. However, instead of just simply looking back the designers were challenged to bring the designs forward by updating and innovating forms, functions, materials and sustainability while keeping Ikea's mantra in mind, namely keeping design affordable for everybody.
— IKEA PS project leader Peter KlinkertIn the design world, it’s sometimes fashionable to talk about vintage and release new products in old styles. We always said that we don’t want to relaunch old things. It’s not IKEA PS. It’s not new and developing IKEA onward. Instead, we can find inspiration from the past and innovate products that belong more to the future.
In case you are wondering what the PS stands for here is your answer: PS, meaning Post Scriptum, puts focus on cutting edge Scandinavian furniture design without losing sight of what makes Ikea unique – affordable, quality design for the many people.
I've collected some of my personal favorites. The chair that Lisa Norinder her father designed is one that I still use today. It served me very well the last 10 years. The easy chair designed by Wiebke Braasch is also one that caught my attention. The one below that is available in yellow, blue, green and white.

In the following movies you'll discover what piece inspired them to pursue their ideas. The Ikea PS Collection 2012 is available in Europe since the beginning of May and will be available in the USA in August.
Ik heb gisteren te hard in mijn oor gekoterd. Geen angst: niet in mijn trommelvlies gezeten of zo, geen gehoorschade, geen bloed.
Maar wel: gelijk dat heel mijn hoofd aan de rechterkant een blauwe plek is. Ai. Ai. Ai.
Miljaaarrrrrr dat doet pijn! En slim dat dat is, ja. Grmbl.
We hebben nog eens wat platen in huis gehaald. Ik neem alleen de nieuwe platen op in mijn lijstje (geen tweedehandse dus). Met het meeste wat hieronder staat kunt ge niet verkeerd doen. Ik ben fan van Rufus Wainwright en M. Ward en E.S.T. (een postume plaat); Patrick Watson en Quantic zijn recente ontdekkingen; af en toe komt er een instant klassieker zoals die van Lee Fields; en dan wil ik graag een lans breken voor het eponieme 3/4 Peace, dat niet alleen erg mooie composities bevat, maar ook nog eens bijzonder erg goed klinkt.
Ik heb hier met open mond naar zitten kijken. Er gebeurt zodanig veel tegelijk, en er is zoveel te zien: machtig.
[via]
Ik heb eens naar de kaart gekeken en denk dat ik TRACK kan doen in een aantal springuren. In mijn geval is dat ‘s morgens een uur te laat op het werk arriveren of ‘s middags een uur te vroeg aan de lunch beginnen. Dat is uiteraard te vroeg voor kunst: infopunten zijn gesloten, net als bemande kunstwerken of performances. Een zichzelf respecterend kunstenaar komt vóór 12u het bed niet uit, ik kan daar mee leven.
Gesloten kan ook schoon zijn.
Ik ben niet in de kunst. Maar ik kom heel graag in musea en ben supporter van alle initiatieven die mij Gent nog beter leren kennen. Om die reden heb ik Over The Edges, nu al 12 jaar geleden, meerdere keren gedaan destijds.
Het gaat blijkbaar heel snel met de wereld en zo, in 2000 had ik nog geen gsm (en wilde ik dat ook absoluut niet). Nu gaan wij op stapp met de app, meneer mevrouw. Het is een gerief: zoomen, doorklikken voor meer info, route bekijken,… en ondertussen toch blijven fietsen (want een springuur blijft maar een springuur natuurlijk).
Plotsklaps heeft de hele Gentse kunstwereld het lettertype Courier ontdekt. Ik vind dat niet erg, Courier is een schoon lettertype. Maar het stoort me dat ze niet consequent zijn.
Over Benjamin Verdonck gesproken…
Dit vind ik echt wijs. En ik ben voor het eerst in het Vogelenzangparkje geweest, terwijl ik daar zonder overdrijven al meer dan duizend keren voorbij ben gefietst.
Ook wijs: het bronzen vlotje op een hoge paal (Tuin van Kina, Berouw 55).
Erwan Mahéo.
En als de zon dan nog eens wil schijnen: binnenkort deel 2!
(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 15, 2012 06:03 AM
Eigenlijk: Nederlandse, want het gaat om een deeltje van de Nederlandse wetgeving en de achterliggende redenering. Ik doe het hele verhaal niet uit de doeken, want op Bicycle Dutch is dat al heel netjes gedaan.
Boetes in functie van de snelheidsgrenzen, niet enkel in functie van hoeveel je te snel reed. Logisch eigenlijk: 5 km/u te hard op de snelweg is heel wat anders dan in een zone 30.
Kijk ondertussen ook eens naar de remafstanden bij de verschillende snelheden. Denk er dan aan dat in ons landje bijna niemand de zone 30 respecteert (“ik rij 40, dat is ook niet snel, hoor”).
In Gent gaan steeds meer stemmen op om de hele kern, alles binnen de R40, tot één grote zone 30 te maken. Simpel, efficiënt en er kan geen twijfel meer zijn over hoe snel je in die straat nu weer mag. Ik ben voor! Eén grote zone 30 is al heel wat veiliger voor fietsers en voetgangers dan het allegaartje dat de Gentse binnenstad nu is.
Ondertussen zit je toch al bijna acht maanden in mijn buik. De tijd gaat ongelooflijk snel en tegelijkertijd tergend traag. Het lijkt wel alsof ik al jaren zwanger ben of zo. Ik kan me bijna niet meer herinneren hoe het voelde om zonder baby-in-lijf te zijn.
Het is niet altijd even gemakkelijk gegaan Hugo, maar ik neem het je niet kwalijk. Jij kan er ook niks aan doen. Toen jij nog maar een speldenprik groot was, wist ik niet waar kruipen van ellendigheid. De hele dag misselijk zijn, het was niet meteen de roze wolk waar ik van gedroomd had. Maar bon, we zijn daar ook doorgekomen. En moe zijn dat is vervelend, maar in die tijd kon ik wel nog goed slapen.
Toen kwam de leukste tijd. Want hoewel wij wel de hele tijd wisten dat jij er zat aan te komen, bleef het toch allemaal redelijk vaag. Er was nog niet zoveel tastbaars. Het heeft lang geduurd voor die buik begon te groeien, maar ondertussen heeft ie dat wel ingehaald. En dan begon het allermooiste, ik kon je plots voelen. Nu ja, plots. Ik weet niet precies wanneer de eerste keer was, omdat ik in het begin ook gewoon niet zo goed wist wat ik moest voelen. Maar geleidelijk aan werd het duidelijker. En alleen maar specialer. Daarna was ons doel om ook papa te laten meegenieten van die kleine schopjes. Je was een beetje koppig, door altijd net te stoppen op het moment dat hij zijn hand op mijn buik legde. Het moment waarop het dan wel gebeurde, was magisch, voor ons alledrie. En tegenwoordig hou je je niet meer in. Gelukkig maar.
Stilaan krijg ik het een beetje moeilijk. Je wordt zo groot, dat ik altijd maar beperkter word in mijn bewegingen. Er is maagzuur en vooral, verschrikkelijke rugpijn. Ik word ’s nachts wakker van de pijn en overdag ga ik soms stilletjes huilen, omdat het bijna niet meer draaglijk is. Maar we houden vol, want jij moet nog groeien. En voor jou, alles.
En eigenlijk wil ik je ook helemaal niet afgeven. Het is dubbel. Je zit daar zo veilig in mijn buik. Het is een heerlijk gevoel om je altijd dicht bij me te hebben. Maar we worden ook wel heel benieuwd naar jou, superbenieuwd zelfs. En ik heb heel veel zin om je echte naam met de wereld te delen, net als een je geslacht. Nog even geduld, nog even.
We zijn zo ongeveer wel klaar om je met open armen te ontvangen. Voor zover je daar klaar voor kan zijn. In het begin zal het waarschijnlijk wat zoeken zijn, maar dat lukt ons wel. Al kan jij natuurlijk extra goede punten verdienen door flink te drinken en snel door te slapen.
Ik dol maar een beetje Hugo. Hoe en wie jij ook bent, wij zijn nu al zot van jou. Ik vind het gek, omdat ik je eigenlijk nog niet zo goed ken. Maar ik voel nu al hoeveel liefde en bezorgdheid er is. En volgens mij, gaat dat alleen maar erger worden.
Stilaan word ik mama denk ik. Jouw mama. En ik ben trots.
Tot heel gauw.
X
Na anderhalve week stagebezoeken, in Oost- en West Vlaanderen, kunnen wij u enkele weetjes over het onze vlakke land aan de hand doen.
- Bakkerij Van Hecke en bakkerij Aernoudt hebben werkelijk in heel Gent winkels. Meestal dicht bij elkaar, ook. Ziet u de één, binnen de tien minuten ziet u de ander.
- De N37 tussen Aalter en Tielt is veruit de vervelendste weg ooit. Vol landbouwvoertuigen en trage vrachtwagens en nét te druk om voorbij te steken. Dat resulteert in minutenlang telkens even uitwijken om te kijken of u voorbijkunt, en dan toch weer inschuiven in de rij. Als u er voorbijraakt is er een korte euforie. Tot u na een halve minuut achter de volgende tractor zit, natuurlijk.
- Uit witte camionetten wordt vanalles gekegeld. Papieren zakdoeken, sigaretten, bananenschillen of vanmiddag: een volledige zak MacDonalds-afval. What’s that all about, peoples?
- The Loop, aan de ikea, is voor mensen van mijn kant van de stad de beste uitvinding ooit. Leve de R4!
- Als er een bord staat dat u de baan niet mag kruisen, maar dat is de gemakkelijkste manier om naar de oprit van de autostrade te geraken, dan kruist de Vlamink de baan. Voila.
- Als u tegels, gordijnen, een auto, een velo, laminaat, bouwgrief, een koud buffet of tuinplanten nodig hebt: provinciale wegen zijn uw way to go. Ook voor meiskes achter de ruit, trouwens.
- Als u de dampoort moet passeren voor 9h ‘s ochtends of na 15h ‘s namiddags: reken een half uur extra tijd. Er is iets met beurtelings verkeer. En veel mensen die niet met de auto kunnen rijden.
- Ik ben zo blij dat ik geen vertegenwoordiger ben. Zo blij.
De heraangelegde Fabiolalaan met op de achtergrond de woonblokken aan de Watersportbaan.
Zo vrolijk, zo vrolijk. Zo vrolijk, zo vrolijk.
Misschien als ik mij dat blijf voorhouden, dat het allemaal weg gaat, wie weet. We hadden ook gewoon een kast van bij Ikea kunnen kopen, dat tegen onze muur gezet, en een verfborstel tegen het behang kunnen duwen, toch?
Als ik mijn ogen dichtdoe en mijn beste Herman Van Veenimpressie mantragewijs blijf herhalen in mijn hoofd, dan komt alles in orde.
Zal ik anders eens de laatste evoluties herhalen?
We zijn aan het verbouwen, daar hoort onder meer een nieuw plafondje bij in de living, en dan blijkt dat de onderkant van het dak zorgbarend is: aan de kant waar en schouw stond is een balk verkoold en een andere wegvermolmd, aan de andere kant is een balk van het dak nog veel (véél) meer weggevreten.
De moerbalk waar die laatste op rust, was nog in zeer degelijke staat (in tegenstelling tot de drie andere kanten van moerbalken, die allemaal ook weggevreten waren), dus er was een oplossing bedacht met een metalen schoen die onder die kapotte dakbalk zou geschoven worden en vastgemaakt op de moerbalk:
Voor de goede orde: een moerbalk, dat is een balk die het huis zowat bij elkaar houdt. Dat zit vast in de muur, en daar steunen allerlei andere balken op.
Dat lijntje op die balk op het tekeningetje hierboven, net aan de rechterkant van die ijzeren schoen, da’s waar de muur begint, en dan komt er een ikweetnietprecieshoelang stuk dat in de muur zit.
Juist?
Niét juist, dus.
Ik had al onraad geroken, deze namiddag: een mail van de architect waar dit zinnetje in stond:
De oplossing voor de kappoot met metalen schoen moet even bijgestuurd worden. Ik verzin wel iets. Geen paniek.
Een architect die schrijft “geen paniek”, met de geschiedenis van verbouwingen in ons huis in het achterhoofd: dat is de beste manier om iemand volledig in paniek te krijgen.
En jawel: zo’n centimeter nadat de muur begint, eindigt de moerbalk. En de rest is stof. Stof, zo ver als een mens er zijn hand in kan steken. Van de ene zijkant van de balk naar de andere zijkant, en van boven tot onder.
Als ik dat zou kunnen met mijn rug, ik ging nu even een paar uur in foetushouding liggen wenen.
O ja, beste lezer, u leest het goed: den dezen trekt de loopschoenen aan en gaat volgende zondag samen met honderden anderen het stadscentrum van Gent doorkruisen in de Stadsloop De Gentenaar.(c) Sander Van der Maelen (noreply@blogger.com) at May 14, 2012 01:55 PM
Oorlogsfilms, het zijn klassiekers. Al die films over de tweede wereldoorlog de voorbije decennia, de Vietnam-oorlog, dit alles nog eens overgedaan in iets minder magnifieke wijze wat betreft Irak en Afghanistan. Het blijft een onuitputtelijke bron van steeds nieuwe plots en herkauwde plots in andere settings. Toch blijft het boeien. Omwille…
Goed, nu we aangekomen zijn bij de winkel moeten we ons voertuig zien kwijt te geraken. Voor een automobilist is er geen probleem: die vindt altijd wel ergens een fietspad om te parkeren. Maar een fietser heeft een goed rek nodig, zeker bij een supermarkt. Immers, als je ook maar een beetje zware aankopen meehebt om op je fiets te laden levert een slecht rek dit resultaat op:
Het zal wel niemand verwonderen dat de supermarkt met dit rek, een Carrefour, een paar jaar later gesloten is wegens te weinig klanten. We beginnen dan ook met te tonen hoe supermarkten hun concurrentiepositie kunnen verbeteren.
Lang geleden (jaartallen begonnen nog met 19) was er waarschijnlijk maar één supermarkt in Gent met een serieus fietsenrek, de Delhaize aan de Martelaarslaan.
Niet alleen bij supermarkten waren goede fietsenstallingen toen totaal onbekend en men moest dan ook ver zoeken naar een goed rek. Ik weet niet waar het rek uiteindelijk vandaan is gekomen, maar het is een model dat ik nooit ergens anders heb gezien:
De rubberen beschermhulzen zijn ondertussen grotendeels verdwenen, maar voor de rest zijn de rekken degelijk gebleken. Wel is het duidelijk dat de stalling dateert uit een periode dat bakfietsen en fietskarren nog maar nauwelijks bestonden.
Langzaamaan is het aantal supermarkten met serieuze rekken gestegen. Enkele jaren geleden kwam het ogenblik dat je de goede stallingen niet meer op de vingers van één hand kon tellen. Bij Colruyt was men na een experiment heel erg tevreden omdat plotseling klanten hun fietsen in de rekken stalden en niet meer ernaast zodat men besloot in het vervolg alleen degelijke rekken te zetten.
Een tijd geleden publiceerde de Fietsersbond in het tijdschrift Frontaal een formulier waarmee je winkels vriendelijk kon aanzetten om voor goede fietsinfrastructuur te zorgen. Blijkbaar heeft dit resultaat opgeleverd. We weten niet of het alleen door deze actie komt maar we weten dat de Delhaize aan de Brusselsesteenweg op die manier is aangesproken en dat er sinds kort nieuwe rekken staan.
Ze zijn van het nietjestype waar niet iedereen dol op is maar die wel het voordeel hebben dat je er alle soorten fietsen aan kwijt kan. Bovendien is er genoeg plaats voorzien voor fietskarren en bakfietsen allerhande.
Het was een druilerige namiddag toen de foto’s genomen werden, maar er stonden duidelijk meer fietsen dan in de tijd van de oude rekken. Bovendien zien we ook hier het verschijnsel van bij Colruyt dat er geen fietsen meer naast de rekken stonden.
De bedoeling was niet om een reclamespotje te maken voor Delhaize en Colruyt. Als er mensen zijn die nog goede rekken weten staan kan dit Fietsbultbericht misschien terecht eindigen met
(wordt vervolgd.)
8.00h Beneden kwettert de dochter een eind weg over haar cadeautje en haar versje en het feest van de moederkes vandaag. Ik lig in bed en luister. En wacht.
8.30h Ik heb zin in koffie en stuur een sms naar het lief of ik mag opstaan. Ik mag niet.
8.45h De dochter brengt cadeautjes en enthousiaste zoenen aan bed. Ik doe alsof ik pas wakkerben.
9.00h Het lief maakt poffertjes (die verstopt zaten in de andere frigo en die Mira me gisteren al toonde) en ik krijg DVDs (die ze gisteren kochten. Dat vertelde ze toen ze thuiskwamen, maar ze zei er _wel_ bij dat het een geheim was en dat ze het niet mocht verklappen.)
9.30h Lief en kind vertrekken om de bloemen voor de mama’s en meme’s, en om het middageten. Ik mag in bad. Zonder rubbereendjes, en met koffie en de krant. Bliss.
10.30h Ik krijg ook nog bloemen. Spoiled woman i am.
11.00h De grootouderparen arriveren. Ik krijg en geef bloemen en zoenen. We eten afhaaleten en zitten in de zon.
13.30h Ottenstadion in de zon. Hoera!
16.30h We hebben gewonnen, zowaar. En onze trainer is er ook nog.
17.00h Ik laad het kind in de auto, en we brengen blitzbezoekjes aan de meme’s. Bloemen en zoenen. We plukke muguet in de tuin. In de auto op weg naar huis ruikt alles naar de Internationale.
19.00h De dochter neemt een bad, ik zit ernaast en eet pastarestjes. Ze vertelt over dat moederkesdag wel een hele leuke dag is é.
It sure is, babe.
Mijn nieuw lijflied voor de week!
[via]
Meer van dit? Klickety klick. Maar zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.
Het incident deed zich zaterdag voor in de Gustaaf Callierlaan in Gent omstreeks 18.40 uur. Een man stond er met zijn wagen voor het rode licht. Toen hij niet onmiddellijk vertrok wanneer het groen werd, claxonneerde zijn achterligger. De 29-jarige bestuurder van de eerste wagen stapte uit en het kwam tot een schermutseling waarbij de 56-jarige bestuurder van het tweede voertuig een rake vuistslag in het gezicht kreeg.
In verschillende online kranten staat dit of een variatie hierop: “Toen hij niet onmiddellijk vertrok wanneer het groen werd, claxonneerde zijn achterligger.”
We hebben dus te maken met iemand (de achterligger) die nergens dringend naartoe moest (anders had hij al staan claxonneren toen het rood was om verder te kunnen rijden) maar iemand die van zijn toeterken gebruik maakt om een ander te kloten omdat die ander één seconde (of korter) te laat aanzet. Pure pesterij van mijnheer de toeteraar dus. Ikzelf heb het al een paar keer meegemaakt (wie niet) en vind zoiets super-mega-irritant, het haalt het bloed vanonder je nagels. Ik pleit niet goed wat de eerste bestuurder gedaan heeft maar ik begrijp wel zijn reactie. Wie is hier de agressor?
Want laten we wel wezen, te pas en te onpas met uw claxon toeteren of in dit geval omdat het niet snel genoeg vooruitgaat naar uw gedacht, dat is dan geen verkeersagressie? Heel erg voor de man die nu in het ziekenhuis ligt maar blijkbaar beseffen veel mensen nog steeds niet dat toeteren ook agressie uitlokt omdat het zo verdomd irritant is. Lawaai is ook terreur. Toeteren dient om een andere weggebruiker te wijzen op gevaar, niet omdat een ander die voor u staat niet snel genoeg oprot naar uw goesting.
Nog andere voorbeelden nodig? Bruiloften die met luid getoeter en minutenlang aangekondigd worden en door uw buurt rijden, iemand? De winnende hysterische supporters van een of ander suf voetbalclubje in Verwegistan? Leuk hé? Om maar te zwijgen over die mensen die op een rustige, warme zomeravond met de ramen wijdopen de hele straat ondertoeteren met hun: “We zijn er!” en een paar uur later de hele straat wakker maakt met hun al evenzeer enthousiast & debiel: “We zijn weg!”-getoeter. Héél leuk.
Het verkeersreglement is hierin zéér duidelijk:
“Geluidssignalen moeten zo kort mogelijk zijn. Zij zijn enkel toegelaten om een noodzakelijke waarschuwing te geven ten einde een ongeval te voorkomen en, buiten de bebouwde kommen, wanneer men een bestuurder die men wil inhalen moet waarschuwen.”
“Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, behalve bij dreigend gevaar, moeten de geluidssignalen vervangen worden door het kortstondig en afwisselend aansteken van de grootlichten en de dimlichten.”
Punt uit. Zo’n reglement is er niet voor niets. Iedereen klaagt dat er geen regels meer gevolgd worden en dat de maatschappij daardoor aan het verzuren is omdat iedereen toch maar zijn goesting doet en alles aan zijn laars kan/moet lappen. Iedereen kent het wel het: “Waar-gaat-de-wereld-naartoe-als-we-ons-niet-aan-de-regels-houden”-gejammer? ‘t Is duidelijk: naar het ziekenhuis.
Welnu: mijnheer de toeteraar krijgt van mij een als hij (hopelijk snel) uit het ziekenhuis komt een fikse boete moest ik politierechter zijn. Moest hij zich aan het verkeersreglement gehouden hebben dan lag hij er nu niet in, tiens.
(Herop)bouw van de nieuwe sporen 11 en 12 aan de achterkant van Gent Sint-Pieters.
(c) Sander Van der Maelen (noreply@blogger.com) at May 13, 2012 01:04 PM
Tiens, mijn computer staat gelijk weer vol? En er zit nochtans een halve terabyte in die laptop, wat heb ik nu weer misdaan?
Disk Inventory X to the rescue: tree maps zijn de best visualisatie voor bijna-volle harddisken.
…enige tijd later: ah ja, juist, ‘t was weer van dat. iTunes, uiteraard. Alle apps die op de iPad en de iPhone staan, staan ook nog eens gedownload op de computer (37.6 GB hoera). En oh, er staat een back-up van de iPad die Sandra gebruikt (23 GB), en nog een back-up, toen die iPad nog een andere naam had (28 GB), en een back-up van Sandra’s telefoon (12 GB), en een back-up van mijn iPhone (28 GB), en dan nog twee back-ups van mijn iPad (23 GB en 27 GB).
Een kleine 180 GB aan back-ups, waarvan de overgrote meerderheid back-ups van apps die ook al in die iTunes library zaten, en die trouwens toch alsmaar opnieuw gedownload worden vanop het internet als ze een update krijgen.
Jongens toch. In plaats van alleen een back-up te maken van de data van die apps of zo? ‘t Moet zijn dat ik er helemaal niets van ken, en dat ik mijn hele iTunes-ervaring verkeerd ingesteld heb of zo.
(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 13, 2012 06:00 AM
Ook de Fietsbult draagt zijn steentje bij aan de actie `Met Belgerinkel naar de Winkel’.We beginnen met het belgerinkel.
Je kan de slogan best niet al te letterlijk nemen. Het verkeersreglement zegt in artikel 33:
“Geluidssignalen moeten zo kort mogelijk zijn. Zij zijn alleen toegelaten om een noodzakelijke waarschuwing te geven ten einde een ongeval te voorkomen en, buiten de bebouwde kommen, wanneer men een bestuurder die men wil inhalen moet waarschuwen.”
Je kan (echt waar, het is al gebeurd) als fietser een boete krijgen omdat je je bel gebruikt. Nodeloos te zeggen dat een automobilist ook een boete kan krijgen omdat hij -ik zeg zo maar iets- claxonneert naar een fietser die zich niet snel genoeg uit de wielen maakt. Ik weet niet of dat dat al gebeurd is (dat van die boete, het claxonneren uiteraard al duizend keer).
De volgende paragraaf zegt dat je, tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, behalve bij dreigend gevaar, helemaal niet mag bellen. In de plaats moet je kortstondig en afwisselend je grootlichten en je dimlichten aansteken.
Er zijn wel meer plaatsen in het reglement waar de koning (het verkeersreglement is een koninklijk besluit) vergeten is dat er ook nog fietsers op de weg rijden. De voorgaande paragraaf is het grappigste voorbeeld. Het is niet de bedoeling dat hij geldt voor fietsers, maar dat is men vergeten er bij te zetten. Op andere plaatsen leidt dit vergeten tot serieuze problemen, zoals bij de regeling voor het voorbijrijden van files.
Toch maar aan de bel trekken?
Gamasutra – News – In-depth: Is it time for a text game revival?
In a market where books and games are close rivals for the most popular category on app stores, what happens when today's new gamers are hungry for something more than word puzzles?
Datavisualization.ch Selected Tools
RUDI: Bookshelf: Classics: Christopher Alexander: A city is not a tree part 1
It is more and more widely recognized today that there is some essential ingredient missing from artificial cities. When compared with ancient cities that have acquired the patina of life, our modern attempts to create cities artificially are, from a human point of view, entirely unsuccessful.
Glueslabs
One last thing: If I could trouble someone out there to do me a small favor, I’d like you to contact the manager of my apartment building. Or I guess you could call the Seattle PD. It doesn’t matter. I just don’t want to sit in here too long without being discovered and I’d like for my cats to be rescued.
(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 12, 2012 06:09 AM
Vandaag is het van 09u00 tot 12u00 tweedehandsfietsenmarkt op de Zuid.
Zullen daar de komende jaren ook tweedehandsbakfietsen verkocht worden?
Of zal er binnen 10 jaar een aparte tweedehandsbakfietsenmarkt zijn?
Voor steeds meer jonge gezinnen is dit vervoermiddel een alternatief voor een eerste of tweede auto.
Mobiliteit was alom in het nieuws.
Vrijdag lanceerde KOMINO een nieuw initiatief: SMOVE.
Het is een soort platformsite voor duurzame mobiliteit.
Bekijk de prikkelende site hier.
En Max Mobiel ondersteunt TRACK, de opvolger van Chambres d’Amis en Over the Edges, met 700 huurfietsen.
Een ideaal vervoermiddel om jezelf van hot naar herre kunst te verplaatsen.
Dit weekend is dat gratis, na reservatie (zie dit artikel in de Gentenaar).
Nog een fijne fietsweek!
Vrijdagavond. We gaan noodzakelijk uitgebreid in bad, zoals altijd tegenwoordig voor het weekend. Ik verwonder me daar nog dagelijks over, dat ze zo vuil kan zijn sinds ze naar school gaat.
Vroeger, in de babyfabriek, speelde ze nauwelijks buiten. Enkel bij heel mooi weer. Ze werd meer geholpen bij het eten. Na de koek of het fruit werd haar mond afgeveegd. ‘s Avonds kreeg ik haar lekker ruikend en proper terug in mijn armen.
Sinds ze naar school gaat vis ik in de opvang een plakkerige peuter tussen het speelgoed uit. Aardbei aan haar wang, saus in haar haar. Haar broek vol moddervlekken en een veeg verf op haar mouw. Tot een maand geleden was het dagelijks bad meer een ritueel dan een must. Nu moet het gewoon, want ze ruikt naar spelend kindje.
Vrijdagavond. Ik knip haar nagels. Ik was haar lange haar met veel shampoo. Ik boen haar gezicht, en zeep de blauwe plekken op haar benen in.
Mijn hart heeft het warm, zo aandoenlijk vind ik het. Hoe ze daarna frisgewassen in haar pyjama uitgeteld in de zetel ligt, dicht tegen me aan. De spraakwaterval verhalen over de andere kindjes vallen stil en ik voel haar rustig worden. Televisiekijken met de mama, een kwartier langer omdat het weekend is. We zijn samen een heerlijk cliché.
Vanmiddag stonden architect, specialist-ter-zake en verbouwmens samen naar de balken te kijken in de living.
“Tja, soms vergeet een huis in de loop van de eeuwen dat het eigenlijk moest instorten”, zei de specialist.
Resultaat van de besprekingen: de verkoolde balk mag gewoon zo blijven, de half opgevreten balk zal langs buiten behandeld worden. So far, so, wel, niet good exactly, maar dan toch so far, so better than feared.
De tot pulver geworden balk was helaas wel zoals gevreesd een ander paar mouwen. En broekspijpen, en galochen, en regenmantels, en thermisch ondergoed.
De balk is helemaal kapot, zeker de onderste halve meter — dat is tot waar we kunnen voelen. Om meer te weten, gaan we een stuk kinderkamer moeten openbreken, en zien tot hoever de klopkevers hun werk gedaan hebben in de 18de en 19de eeuw, de viezerds.
Als we dat weten, kappen we de balk af tot waar het hout weer gezond genoeg is, en dan moet dat stompje weer een dragende structuur worden. De eenvoudigste oplossing zou zijn om hetzelfde te doen als bij de andere balken die kapot waren op het einde: een koppel tigen erin draaien, bekisting op het einde, en dat volkappen met epoxy:
…maar helaas: omdat die balk zodanig vlakbij de gevel van de buurvrouw staat, en dat het een onhandige hoek is, zal dat praktisch onmogelijk zijn.
Vandaar meteen doorgestoken naar plan B:
We gaan van boven een soort metalen schoen rond de onderkant van de balk schuiven, en dan vastmaken aan de zijkant (met twee platen waardoor tigen die met bouten vastgehouden worden, of zo, vemroed ik), vastmaken aan de moerbalk (ook met tigen of zo, denk ik), en dan in die schoen voor de zekerheid nog eens epoxy gieten in de ruimte tussen onderkant van de balk en de rest van de metalen schoen (dat paars op de afbeelding hierboven).
Kostprijs geen idee, timing: het werk zelf zou niet zo ingewikkeld moeten zijn, maar er moet wel een smid gevonden worden om zo’n ding te maken.
En dan, omdat een bezoek van een specialist toch best gevierd wordt met een béétje verrassing, stonden ze plots allemaal te morrelen aan een aantal balken in de hoek van de living aan de straatkant:
Pulk (schtrsch, een handvol houtstof), pulk (dretsh, een halve emmer houtstof), pulk (krunk, een stuk balk). Kijkt naar andere kant: “allez, die balk zit hier helemaal los”. Wat later: “Tiens, en dié balk, da’s gelijk maar een halve balk”. Blik naar architect. Architect blik naar specialist. “Ha ja.”
Lang verhaal kort: een rotte balk in de zijgevel, maar die gaan we zo laten zitten, en nóg een rotte balk in de voorgevel, die echt wel moet vervangen worden.
Dingen die we alleen maar gevonden hebben omdat we het pleisterwerk rond de ramen weggedaan hebben. Voor hetzelfde geld hadden we dat niet gedaan, en zaten we later met de gebakken peren.
Daar kunnen we ons nog aan optrekken, vermoed ik, dat we later geen verrassingen meer zullen hebben.
(Behalve, voeg ik er in mijn hoofd aan toe, dat we nog het hele dak moeten herleggen, de achtergevel moeten uitbreken en een glasuitbouw zetten op het gelijkvloers, overal nieuwe vensters en een nieuwe voordeur moeten steken en zowel voor- als achtergevel helemaal moeten restaureren, maar geef nu toe: hoeveel kan daar eigenlijk allemaal mee mis gaan?)
Aan de wat meer positieve kant: het ziet ernaar uit dat er een oplossing is voor het probleem-trap. De leuning ligt moeilijk, de vorm is lastig, de vloer werkt niet mee, de muren hebben een vreemde vorm, er staan (steun)balken waar men een gewone muur zou verwachten, enfin, vervelend.
Er waren vroeger plannen om achter de trap en aan de zijkant ervan ook bibliotheekkasten te steken, en dan een soort luik om op de trapopening te kunnen lopen, maar uiteindelijk is dat allemaal afgevoerd wegens te duur en vooral te onrealistisch.
En dus ziet het er nu zo uit:
Die reling, dat wordt een stevig muurtje, die inham daar vanachter, misschien steken we daar een spiegel of iets anders, die balkjes worden nog mooi uitgewerkt, de balken bovenaan ook, en tegen het muurtje komt een bureaublad.
Waardoor er iemand een beetje computerwerk kan doen en toch nog in contact stan met de rest van de living:
Het derde weekend in, het hele huis onder het bouwstof, en –kak nog aan toe– wéér een weekend dat er elke dag moet weggegaan worden.
Volgende week komen de mannen drie dagen werken, en dan is er een lang weekend, waarschijnlijk om vanalles over en weer te zeulen.
Gnn.
Kijk, ik ben een verkeerschick. Van het soort dat al 5 jaar onafgebroken verkeer maakt voor u op de radio, waardoor ik echt wel op de hoogte ben van de structurele situatie in de avond- en de ochtendspits op de meeste knelpunten. (En op sommige momenten is ons hele land een knelpunt, I know). Ik ken alle E-wegen in het Vlaamse uit het hoofd en zelfs de meeste op- en afritten. En ja, af en toe is die kennis zeer nuttig.
Ik heb dus lang geen gps nodig gehad. Ik geraak er meestal wel, want ik kan daarbovenop ook vrij goed kaart lezen. En ik heb megaveel oriëntatie. Dat is vrij mannelijk, maar kan dan weer niet goed parkeren. Ik was zelfs een beetje tegen een gps, je wordt daar zo lui van. Maar ok, ik moet toegeven dat het gewoon wel gemakkelijk is. En nu ik er eentje heb, gebruik ik die ook.
Ik moest van de week naar Sint Baafs Vijve, bij Waregem. Een koud kunstje, E17 afrit Waregem en dan nog wat kleine baantjes. Piece of cake. En dat bleek ook zo, al heb ik wel assistentie gebruikt van de gps voor de kleine baantjes op het laatste. Ik geraakte er vlot. (En kon dan de dingen inladen die we besteld hadden voor de doopsuiker, I was totally excited!)
De miserie begon pas later. Toen ik weer naar huis ging. Of beter, probeerde te gaan.
Ik weet niet of u recent nog in Sint Baafs Vijve bent geweest, maar dat is één grote werf. Ik ging van de ene omleiding naar de andere. Op de gps kon ik ook niet meer vertrouwen, want die stuurde me altijd naar een baan die niet meer berijdbaar was.
Ik kan u zeggen, die omleidingen trekken daar werkelijk op niks. Ge krijgt ne pijl met ‘omleiding’, van het irritante oranje type. En ge begint dat te volgen. Ge wacht geduldig op een volgende oranje pijl, die er vervolgens_nooit_komt. Nee, ge botst weer op een nieuwe omleiding, die de eerste tegenspreekt en u nog steeds niet naar de E17 leidt. En ik ga u ook niet vertellen hoeveel keer ik op datzelfde kruispunt ben beland. Of die ene rotonde. Ik heb het wel gezien, daar.
Toen ik ondertussen al een halfuur aan het rondrijden was, begon ik me toch heel ongelukkig te voelen. Want ik wilde nog gaan zwemmen en zag de tijd wegtikken. En ik zag ook al borden met ‘Ingelmunster’ en ‘Roeselare’ verschijnen, dus ik wist dat ik niet bepaald dichter naar de E17 ging.
Op dat moment stonden de tranen me in de ogen. En dat wijt ik volledig en alleen aan de hormonen. Het was alsof die hele omgeving alleen maar bestond uit banen die open lagen. En ik wilde gewoon naar huis. Er was niks meer over van die mannelijke oriëntatie-eigenschap. Ik wilde gewoon heel hard wenen. Zeker toen mijn lief niet opnam, tegen wie ik toch graag deze dramatische gebeurtenis helemaal uit de doeken had gedaan. Uiteraard met voldoende drama, dat spreekt voor zich.
Ik ben blijven rondrijden, los van gps en borden, op mijn gevoel. En plots was daar de redding. En die kwam nog wel van het voetbal. Want ik zag plots aan mijn rechterkant het Regenboogstadium verschijnen, en daar ben ik al eens geweest. Ah ha. Ik kon me nog levendig herinneren dat het niet ver was van de E17 (en mens zoekt vluchtwegen als hij naar een match gaat kijken). De E17, de weg naar huis.
Vanaf toen ging het vlot. En laat ons eerlijk zijn, drie kwartier verloren rijden in een klein dorp bij Waregem, dat valt nog mee. (Durft ne keer iets anders te zeggen, jong)

Dystopian cheese flavouring crisps finger man has been busy dabbing the rocks. He is walking over to finish the rocks on the right mountain.
via Matthew Lyons

(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 11, 2012 04:29 AM
Sta me toe nog even te mopperen op parkeergedrag.
Beeld 1: hoe je met één auto een parkeerplaats creëert en daarbij minstens 5 fietsers hun plekje afneemt.
Vermoedelijk excuus: “jamaar, er was geen andere plaats” of “sorry, ik had het niet gezien”. Vertaald: “je m’en fou. Als ik maar een plekje heb.”
Beeld 2. Deze maakte het nog bonter: hoe je met één vrachtwagen de toegang tot een heel fietspad kunt versperren.
Zou die ook zeggen “Sorry, niet gezien.” ?

(c) Kameraad Harko (noreply@blogger.com) at May 10, 2012 08:12 PM
“Laat mij anders vijf minuten grust” snauwde ik. “Ik ben in paniek en ik ga nu een cola drinken, een sigaret roken en rustig proberen worden.”
Het was half drie, ik stond buiten op onze stoep te roken, en en zag hoe de dikke regendruppels het stof op mijn pijnlijke armen in vuile vegen veranderde. Ik ademde diep in en uit, en sloot mijn ogen.
Vijf minuten later stapte ik weer binnen, in de chaos die eerst onze inkomhal was, maar nu alleen maar een jeukende puinhoop van half afgekapt plakwerk. “Beter” mompelde ik. Meer om mezelf te overtuigen dan voor mijn lief en mijn vader. “Het ligt hier nu, we kunnen het maar beter proberen wegkrijgen”.
Ik ben een fel wijf, soms. Een hele tijd geleden vroegen we offertes voor een laatste verbouwingsfase en toen die boven ons budget bleken, besloten we zelf af te breken. Af te kappen. In het vuil te ploeteren.
Ik ben niet bang om mij vuil te maken, neen. Ik sleur stenen en zware bakken als een echte. Ik ga muren te lijf met een boorhamer en zet zonder angst koevoeten in gipsen plafonds. Een stofmasker assorteert schoon bij mijn warrig haar, en ik heb zelfs een paar schoenen zonder hakken gevonden voor zulke gelegenheden. Ik kan daar allemaal tegen, en ik doe dat zelfs soms graag.
Maar echt, als ik midden de afbraakmiddag onze zorgvuldig afgeplakte woonruimte binnenga voor een flesje water, en het blijkt dat het afplakken niet gewerkt heeft en er overal overal een dikke laag stof ligt en ik bedenk dat ik twee uur later mijn kindje van school moet afhalen en dat die naar huis moet komen en het boven ook miserie zal zijn, met dat fijn stof, op de — ook zorgvuldig afgeplakte — slaapkamers en badkamer, dan heb ik enkel nog blinde paniek.
Zo van die momenten dat ge het opeens niet meer ziet zitten. Een cola, een sigaret en een regenbui, dat helpt in zo’n geval. En een lief en een papa die binnen rustig en standvastig voortwerken, natuurlijk. Ik denk dat ze alleen af en toe even pauzeren om eens naar elkaar met hun ogen te rollen over mijn drama-gehalte.